Gezondheid

Gezondheid

Groei en voeding

Vergeleken met andere diersoorten en de mens vertoont het groeiproces bij honden in een relatief korte tijd opmerkelijke veranderingen. In het bijzonder bij grote rassen is de groei in de lengte groei van lange botten) spectaculair. Op de leeftijd van 16 tot 18 maanden hebben deze honden hun uiteindelijke lichaamsomvang (niet hun uiteindelijke gewicht) bereikt. 

Groeischijven

De groei van botten in de lengte vindt plaats in de groeischijven. De botten groeien niet willekeurig, maar alleen in deze groeischijven van kraakbeen, die zich bevinden aan de uiteinden van de botten. Tijdens het groeiproces wordt het kraakbeen gemineraliseerd en omgezet in bot. Dit proces gaat door totdat het bot zijn uiteindelijke lengte heeft bereikt. Verstoringen die zich tijdens dit proces kunnen voordoen leiden tot skeletaandoeningen die kreupelheid en misvorming van botten tot gevolg hebben. In de meeste gevallen doen deze aandoeningen zich voor in de schouder- en ellebooggewrichten. Ook het kniegewricht, het enkelgewricht en het heupgewricht kunnen worden aangetast.

Skeletaandoeningen 

Onderzoek bij honden van grote rassen in Zweden, de Verenigde Staten, Duitsland, Australië en Nederland heeft aangetoond dat deze aandoeningen het gevolg zijn van abnormale ontwikkeling van het kraakbeen in het gewricht. Deze aandoening bij honden staat bekend als osteochondrose (OC) of osteochondritis dissecans (OCD). Aan de andere kant kan overbelasting van de gewrichten door een te hoog gewicht eveneens tot problemen leiden. Het bekendste voorbeeld hiervan is heupdysplasie (HD).
Osteochondrose (OC) en heupdysplasie (HD) zijn aandoeningen die zich ontwikkelen tijdens de groei. Ze zijn erfelijk van aard en kunnen worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals trauma. HD wordt gekenmerkt door een slecht in elkaar passend heupgewricht, door de vorm van de dijbeenkop of van de kom of van beide. Indien een hond geen HD heeft wanneer zijn skelet volgroeid is, zal hij dit nooit krijgen. Indien een hond HD heeft, maar dit niet gediagnosticeerd werd toen hij nog jong was, kan dit later gediagnosticeerd worden aan de hand van de daarop volgende artrose. Hetzelfde geldt voor OCD.
In verscheidene studies (waarbij genetische invloeden werden uitgesloten) werd aangetoond dat bij opgroeiende pups een relatief hoog gewicht door overmatige voeding (te zwaar ten opzichte van het gewicht dat hij gezien zijn leeftijd zou moeten hebben) een aanzienlijke toename van klinische HD tot gevolg heeft. Een pup slank grootbrengen geeft een beduidend resultaat en vanuit orthopedisch gezichtspunt heeft een slanke pup de voorkeur boven een zwaarlijvige pup. Overmatig gewicht veroorzaakt misvorming van het heupgewricht (verhoogt het het risico van HD). De schofthoogte (hoogte aan de schouder) wordt niet beïnvloed door de pup zo te voeden dat hij slank blijft. Niet de omvang van de pup groeit langzamer, maar het lichaamsgewicht, wat beter is.

Het risico van een te hoge calciuminname 

Calcium is nodig voor de ontwikkeling van gezond botweefsel. Uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat calcium de grootste risicofactor is voor de ontwikkeling van OCD. Een te hoge calciuminname verhoogt het risico van de ontwikkeling van klinische aandoeningen bij de hond. Overmatige calciuminname kan zich voordoen wanneer: • calciumsupplementen worden toegevoegd aan een complete en uitgebalanceerde voeding • het dier een complete voeding met een te hoog calciumgehalte krijgt • de eigenaar teveel calcium toevoegt aan een door hemzelf bereide voeding. Toevoeging van calcium aan complete en uitgebalanceerde voedingen dient onder alle omstandigheden vermeden te worden, omdat de hoeveelheid calcium in deze voedingen zorgvuldig is gereguleerd.

Het gevaar van een te hoog caloriegehalte

De ontwikkeling van heupdysplasie (HD) is niet gerelateerd aan de groei van botten in de lengte, maar wordt in hoge mate beïnvloed door voeding. Overmatige voeding (calorieën) tijdens de groei heeft een groter risico op de ontwikkeling van HD tot gevolg. Dit wordt veroorzaakt door de snelle toename van het lichaamsgewicht en het relatief onvolgroeide skelet dat dit lichaamsgewicht moet dragen.
Bij de geboorte bestaat het skelet grotendeels uit kraakbeen, dat geleidelijk wordt omgevormd tot bot. In vergelijking met bot is kraakbeen flexibel en kan en zal van vorm veranderen wanneer dit wordt belast. Wanneer het onvolgroeide skelet, en dus het onvolgroeide heupgewricht overbelast wordt door het overmatige lichaamsgewicht van de hond (ten opzichte van zijn leeftijd), bestaat het gevaar dat de vorm van zijn heupgewrichten zich daaraan aanpast, wat dysplasie tot gevolg heeft. Wanneer in de foklijn het risico van HD aanwezig is, kan overmatig voeden van de pup de frequentie en de ernst van de aandoening sterk verhogen.
Hetzelfde geldt voor het relatieve risico van OCD en de groep aandoeningen die elleboogdysplasie (ED) genoemd worden. Een te snelle toename van het lichaamsgewicht verhoogt het risico dat deze aandoeningen zich voordoen. Evenwichtige groei in samenhang met een gereguleerde toename van het lichaamsgewicht geeft een optimaal eindresultaat: een gezonde, fitte hond. De juiste dagelijkse hoeveelheid voeding verzekert dat de hond zijn uiteindelijke omvang als volwassen hond bereikt en een optimale lichamelijke conditie verkrijgt.

Het eiwitgehalte heeft geen invloed

 Onderzoek naar de groei van de Duitse Dog heeft aangetoond dat het eiwitgehalte in een voeding geen beduidende invloed heeft op de ontwikkeling van het skelet. Een hoge eiwitinname heeft geen verhoogd risico op de ontwikkeling van OCD of HD tot gevolg en heeft geen invloed op de lengtegroei van bot.

Speciale voeding voor de groei

Gezien de hoge mate van skeletaandoeningen bij honden van grote rassen, is het goed nieuws dat er voeding beschikbaar is die speciaal is samengesteld om te voorzien in de behoeften van snel groeiende pups van grote rassen. In deze producten zijn de resultaten van de laatste studies verwerkt, waarin calcium is aangewezen als de grote risicofactor in de voeding van grote rassen en ook verlaging van de algehele energie-inname wordt aanbevolen om een gereguleerde groei te verkrijgen.

Heupdysplasie (HD) 

Zoals bij alle zware rassen komt ook bij de Cane Corso heupdysplasie voor. HD is een afwijking aan de heupgewrichten waarbij de ontwikkeling van de heupen bij een opgroeiende hond niet normaal verloopt en de gewrichten misvormd kunnen worden. HD wordt meestal veroorzaakt door een combinatie van erfelijke aanleg en externe factoren. Het is voor ongeveer 30 % een erfelijk bepaalde afwijking van één of beide heupgewrichten. Niet alle pups van ouders met HD krijgen echter de aandoening, en het HD-vrij zijn van ouderdieren is geen volledige garantie dat de nazaten klachtenvrij blijven. Naast de erfelijke aanleg hebben voeding en beweging ook invloed op het ontstaan van HD klachten. Door deze verschillende uitwendige invloeden kan de uiteindelijke misvorming bij honden met dezelfde erfelijke aanleg sterk variëren. Overmatige belasting door een teveel aan lichaamsbeweging, traplopen, springen en een te snelle groei kunnen een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van de heupgewrichten. Voedingssupplementen en voeding kunnen de HD-vorming positief maar ook negatief beïnvloeden. Een hond die geen aanleg heeft, kan een misvormde heup krijgen door externe factoren. Daarentegen kan een hond die wel aanleg heeft, positief door externe factoren worden beïnvloed, waardoor minder misvorming zal ontstaan. Bij een goed gevormd heupgewricht bestaat deze uit een kop die draait in een kom. De gladde, bolronde kop van het dijbeen draait in een diepe kom van het bekken. De kop wordt op zijn plaats gehouden door een stevig gewrichtskapsel en omringende spieren. Honden die voldoende, gelijkmatige beweging hebben gehad tijdens het opgroeien, zullen minder last hebben van HD omdat de spieren en kapsels sterker zijn. Hierdoor blijft de kop beter in de kom zitten.

hd 1hd 2

Symptomen

Honden met HD kunnen hiervan ernstige hinder ondervinden. Dit ontstaat meestal rond de leeftijd van 8 maanden maar kan ook vanaf 3 maanden ouderdom. De symptomen verergeren steeds tot op het moment dat de hond niet meer recht kan. De periode tussen de diagnose en het niet meer recht kunnen variërt sterk (van maanden tot jaren). • moeilijk opstaan na lang te hebben neergelegen, soms met pijn • een stijve achterhand, vooral na rust • huppelen met de achterpoten (konijnengang) • slecht uithoudingsvermogen, snel gaan liggen, niet willen spelen of wandelen • doorzakken van de achterhand • kreupelheid aan een of beide achterpoten

Geen van deze klachten is echter typisch voor HD en een onderzoek is dan ook nodig om vast te stellen wat de oorzaak van de klachten is. Hierbij worden er meestal röntgenfoto’s gemaakt, de enige manier om vast te stellen of er sprake is van HD en in welke mate. De ernst van de misvormingen is echter geen goede maat voor de ernst van de klachten. Bij honden met zeer ernstige klachten worden soms maar weinig afwijkingen op de röntgenfoto’s gevonden, terwijl honden met ernstig misvormde heupen soms weinig problemen vertonen.

Behandeling 

Een groot aantal honden met HD hebben daarvan geen last en zullen dat ook nooit krijgen. Wanneer de hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naar mate er meer van de hond geëist wordt (zoals bv. bij zware training) en naarmate de hond ouder wordt. HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen. Een behandeling is vooral gericht op revalidatie van de heupgewrichten: • overmatig lichaamsgewicht voorkomen of verminderen om onnodige belasting van de heupen te voorkomen • goede voeding geven • regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te laten worden en proberen de bespiering te • spierontwikkeling bevorderen, door zwemmen, lichte looptraining en regelmatig korte stukjes uitlaten • pijnbestrijding als ondersteuning van de therapie, d.m.v. medicatie • eventueel operatief ingrijpen

Preventie

Men moet het ontstaan van HD zoveel mogelijk voorkomen door uitwendige invloeden zo gunstig mogelijk te maken. Een voeding van goede kwaliteit (geen overdaad) en zware belasting van de heupen voorkomen (beperken van springen en traplopen) zijn van groot belang voor de opgroeiende hond. De taak van de fokker bestaat eruit rekening te houden met erfelijke afwijkingen zoals HD, maar zelfs dit geeft geen volledige garantie voor HD-vrije pups. Door de invloed van uitwendige factoren op het ontstaan van HD is de mate van de misvormingen van de gewrichten niet altijd een goede maat voor de erfelijke status. Zelfs wanneer een hond HD-vrij is, wil dat nog niet zeggen dat de hond geen erfelijke factoren voor HD in zich kan hebben en kan doorgeven aan het nageslacht.

Scheuren van de voorste kruisbanden

De kruisbanden zijn twee banden die kruislings tussen scheenbeen en dijbeen gespannen zitten. Ze dienen om deze twee botten – ten opzichte van elkaar – vast te houden. Het is meestal de voorste kruisband die scheurt. Als deze band kapot is, heb je te maken met een instabiele knie. Dijbeen en scheenbeen schuiven over elkaar, waardoor de meniscus, die tussen deze botten ligt, overbelast wordt en ook kan scheuren.
De grootste kans om een kruisband te scheuren is een combinatie van overstrekken en draaien van de knie. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer het dier in een gat stapt, uitglijdt of met spelen een ongelukkige beweging maakt. Symptomen zijn: plotse kreupelheid na het spelen, een poot die licht of niet belast wordt en zwelling van de knie. Een steile stand van het achterbeen (rechte hak) leidt tot een zware belasting van de voorste kruisband. Deze honden zullen dus gemakkelijker hun band scheuren dan dieren met een betere stand. Ook overgewicht is een duidelijk risicoverhogende factor. Verder kan iedere hond een ongeluk krijgen, voorkomen lukt dus niet altijd. Wees altijd voorzichtig met ruwe spelletjes op gladde ondergronden zoals parket en ijs.
Een knie met een kapotte kruisband is ernstig beschadigd en dat wordt door de instabiliteit steeds erger. Ondanks rust, bandages en oefenen zal op deze manier maar zelden volledige genezing optreden. Alleen bij een verrekking of gedeeltelijke scheur zal resultaat verkregen worden. Als de band geheel doormidden is, is een operatie noodzakelijk. Hierbij worden de restanten band verwijderd en de knie nagekeken op verdere beschadigingen. Bij dit laatste moeten we vooral aan een kapotte meniscus denken. Vervolgens moet de knie weer gestabiliseerd worden. Hiervoor bestaan zeer veel technieken en de keuze is afhankelijk van soort en grootte van de hond en voorkeur van de chirurg.

Cherry-eye

Honden, katten en nog enkele andere diersoorten hebben een derde ooglid, dit is het vlies dat zichtbaar is langs de neuskant van het oog. Een T-vormig stukje kraakbeen vormt het skelet van dit ooglid. De basis van dit kraakbeen is omgeven door een traanklier: de derde ooglidklier. In een normale positie is deze klier niet zichtbaar, ze wordt door een soort bindweefsel op haar plaats gehouden onderaan de oogbol. Prolaps of uitpuilen van deze klier zien we geregeld bij bepaalde hondenrassen, o.a. bij de Cocker Spaniel, Boston Terrier, Engelse Bulldog, Mastino Napolitano en Cane Corso Italiano, meestal in het eerste levensjaar. De oorzaak ligt vaak bij het onvoldoende aansluiten van het ooglid van de nog jonge hond. De uitpuilende klier is rood, gezwollen en zichtbaar aan de vrije rand van het derde ooglid. Door de gelijkenis met een kriek spreekt men van een cherry-eye. Meestal is er wat meer slijmerige uitvloei aan dat oog. Er zijn 3 methodes om een cherry-eye te verhelpen: verwijderen, vastzetten en gedeeltelijk verwijderen. Overleg met uw dierenarts welke methode voor uw hond de beste is, en raadpleeg bij twijfel de fokker.

Maagtorsie 

Deze aandoening komt bij vele rassen voor, maar voornamelijk bij grote honden met een diepe borstkas en vooral de honden die wat ‘los in hun vel’ zitten. Waarschijnlijk is het zo dat de gebrekkige elastische capaciteit van het bindweefsel, ook aanwezig is bij het bindweefsel in de buik dat de organen op hun plaats houdt, hierdoor heeft de maag meer bewegingsvrijheid dan goed is. Vooral de grotere hondenrassen zijn gevoelig voor een maagtorsie, hoewel het ook bij kleine honden kan voorkomen, zelfs bij katten. Met het vorderen van de leeftijd neemt het risico op een draaiing van de maag toe.

Oorzaak

Een groot risico vormt het eten van een behoorlijke hoeveelheid voedsel dat na de maaltijd kan gaan zwellen door opname van water (droogvoeding). Beweging vlak voor en na de maaltijd (spelen of uitlaten) zorgt voor gasvorming.

Symptomen 

Door het uitzetten van de maag (vooral zichtbaar ter hoogte van de laatste ribben aan de linkerzijde) wordt de hond rusteloos en misselijk. Hij gaat lopen kwijlen en smakken, vervolgens zal hij proberen te braken, maar er kan niets uitkomen want de maag is inmiddels al afgesloten. Dit noemen we ‘loos braken’ en is een zeer alarmerend symptoom! Verder gaat hij met een bolle rug lopen en zwelt de buik door ophoping van gassen in de maag achter de ribben snel op. Hierdoor ontstaat druk op de longen en krijgt de hond het benauwd. Als door een maagtorsie bloedvaten worden afgekneld, ontstaat er al snel een levensbedreigende toestand. Door het uitzetten van de maag zal de hond uiteindelijk in shock raken en indien geen behandeling wordt toegepast, overlijden. (ongeveer 30% van de honden overleeft een maagtorsie niet)

Preventie 

• voer uw hond in porties (brokken 2x per dag, nooit alles in 1x) • laat de hond vlak voor de maaltijd met rust (dus niet rennen of spelen) • laat de hond het eerste uur voor en na de maaltijd met rust (niet rennen of spelen) • voer uw hond een hoogverteerbare voeding, pas op met dinners en samengeperste brokken • zorg voor een standaard, aangepast aan de hoogte van uw hond • als uw hond schrokkerig eet (= lucht slikken!), leg dan een grote afgeronde steen in de etensbak om het schrokken tegen te gaan • laat uw hond niet te veel zeewater drinken, en pas ook op voor (ijs)koud water (best is water op kamertemperatuur) • laat uw hond niet te veel sneeuw eten

Behandeling

De behandeling van een maagtorsie bestaat er uit te proberen deze op te heffen door een rubberslang in de maag te brengen of door met een dikke naald een maagpunctie uit te voeren, waardoor de opgehoopte gassen kunnen ontsnappen. Hierna moet de dierenarts de maag operatief terugdraaien. Om herhaling te voorkomen moet de maag, indien de conditie van de maagwand dit toelaat, ‘vastgezet’ worden aan de buikvwand. Ook na succesvol chirurgisch ingrijpen overlijdt toch nog een aantal honden aan hartritmestoornissen in de eerste 24 tot 48 uur na de operatie. Al met al is de prognose van de behandeling niet zo goed. Snel handelen/ingrijpen verhoogt wel de overlevingskans van de hond.

Gevolgen/Vooruitzichten

Door de enorme wandspanning kan er geen bloed stromen door de bloedvaatjes in de maagwand, waardoor deze zal afsterven als de situatie lang genoeg aanhoudt. Bovendien drukt de maag via het middenrif sterk op het hart, waardoor ook de bloedvoorziening van de hartspier in de problemen komt en er hartinfarcten kunnen optreden. Bij een draaiing van de maag draait vaak de milt mee, waardoor de vaten van en naar de milt afgeknepen kunnen worden en door bloedstolsels voorgoed ondoorgankelijk zullen worden. De milt zal dan afsterven. Al deze mogelijke gevolgen zijn zeer levensbedreigend voor de hond: alleen als een dierenarts zeer tijdig kan ingrijpen zal het dier deze aandoening kunnen overleven. De rest van het hondenleven is het dier dan ook gevoeliger geworden dan andere honden voor een herhaling van de maagkanteling. De eerder beschreven preventieve maatregelen dienen dan ook blijvend en consequent toegepast te worden. Indien bij een eerdere operatieve ingreep de maag is vastgezet, is de kans op een draaiing aanzienlijk kleiner geworden, maar nooit geheel afwezig.

Geef een reactie